Rob Roy MacGreagor

De MacGregors zijn een van de oudste clans van Schotland, die voor Robert the Bruce op Bannockburn vochten en daarna honderden jaren hun land tegen binnenvallende legers moedig verdedigden. Desondanks zijn ze vanaf 1400 steeds meer in hun landerijen beperkt en uiteindelijk zelfs vogelvrij verklaard. Een grote rol speelden hierin de rivaliserende clan Campbell.

Deze rivaliteit ontstond toen koning David de 2de Glen Orchy, de belangrijkste verblijfplaats van de MacGregors, aan de Campbells gaf als dank voor de steun van Neil Campbell aan zijn vader Robert the Bruce. De MacGregors verlieten de vallei met tegenzin, maar vestigden zich in Glenstrae. De volgende honderd jaar echter probeerde clan Campbell de MacGregors steeds meer land te beroven door hen aan te klagen voor verschillende misdrijven en zo de landerijen in te nemen. Op deze manier namen de Campbells MacGregors bezittingen in Glenlyon in 1502 in.

In 1589 doodde een MacGregor een koninklijke jachtopziener en begon de definitieve neergang van de clan. Het werd illegaal om clanleden onderdak te bieden of überhaupt zaken met ze te doen. Hierna werden in 200 jaar verschillende aktes tegen de clan getekend. In 1603 versloeg clan MacGregor de Colquhouns, waarbij 200 tot 300 vijanden de dood vonden. Als gevolg hiervan werd de naam MacGregor uitgebannen door de staat en de kerk. Dit betekende dat elk lid van clan MacGregor straffeloos geslagen, beroofd of gedood kon worden en niet meer mocht trouwen, begraven mocht worden of ter communie kon gaan.
De andere clans keerden zich tegen clan Campbell, toen hun clanchief, de earl van Argyll, de MacGregors van Glenstrae, waaronder de clanchief zelf, veilige uittocht uit zijn land beloofde, maar hun daarna uitleverde en liet ophangen.

Hoewel ze vogelvrij waren, vergaten de MacGregors nooit hun identiteit. Ze vochten onder Montrose voor de koning – die de aktes tegen hen had vernieuwd – in 1644-1645, waarbij de Campbells aan de andere kant vochten. In 1661 werden de aktes teruggeroepen, maar 30 jaar later maakten Willem van Oranje en zijn opvolgers ze weer van kracht. Het is dus niet verwonderlijk dat clan MacGregor fervente jacobites waren in 1689, 1715 en 1745. De aktes tegen de clan werden in 1774 uiteindelijk definitief teruggeroepen.

Rob Roy MacGregor
Het beroemdste lid van clan MacGregor is natuurlijk Rob Roy MacGregor. Hij werd in februari 1671 geboren in Glengyle aan de oever van Loch Katrine in de Trossachs als derde zoon van clan chief Donald Glas MacGregor van Glengyle en Mary Campbell en werd gedoopt in de parochiekerk van Buchanan, waar zijn geboorteakte nog te vinden is. Van zijn moeder erfde hij het rode haar, waar hij zijn bijnaam Robert Ruadh – rode Robert – aan dankte. Als zoons van een belangrijk lid van de clan werd Rob goed onderwezen, niet alleen in lezen en schrijven maar ook in de vechtkunst. Hoewel hij oorspronkelijk Gaelic sprak, kon hij ook lezen en schrijven in het Engels.

De MacGregors steunden zoals gezegd de Jacobite-opstand in 1689 en zowel Rob, toen 18 jaar, als zijn vader vochten bij de slag Killiecrankie, die door de Jacobites werd gevonden ondanks de dood van hun leider, John Graham (familie van Rob Roy). De volgende winter werd Donald Glas echter gevangengezet. Om hun nu magere inkomen te spekken, vormden de MacGregors de Lennox Watch om vee te beschermen en terug te roven. Een keer was dat voor de earl van Breadalbane, een Campbell, wat zijn status aanzienlijk verhoogde en Rob verschillende landerijen liet bewaken. Hij nam de naam van zijn moeder over om te kunnen verhuizen en een zaakje als beschermer en rover van vee op te zetten. Hier was hij zo succesvol in dat hij laird van Inversnaid, aan de oostkant van Loch Lomond, werd.

In 1691 verklaarde Willem de 3de dat degenen die de Jacobites hadden gesteund, gratie zouden krijgen als ze een eed van trouw aan hem zworen (wat later tot de slachting bij Glencoe zou leiden). Eerst weigerde Donald MacGregor te tekenen, maar na de dood van zijn vrouw tekende hij toch. Nu probeerde de kroonraad hem en zijn familie in de val te lokken door te eisen dat Donalds verblijf in de gevangenis betaald moest worden. Om het geld bij elkaar te halen, ging Rob op rooftocht uit om in Kippen vee te stelen. Daar stuitte hij op verzet en moest hij een man doden om zijn doel te behalen.
Op 1 januari 1693 trouwde Rob Roy met zijn nicht, Mary Helen MacGregor van Comar in de boerderij van CorrieArklet, vlakbij Inversnaid. Het echtpaar kreeg vier zoons: James Mor, Ranald, Coll en Robert Oig.
Tijdens een bezoek aan Glasgow in 1695 werd Rob gevangen genomen voor eerdere misdragingen, berecht en naar Vlaanderen gestuurd. Maar hij ontsnapte en kwam terug. Tijdens deze harde tijd wist hij geld te verzamelen door duelleren, waarbij hij werd geholpen door het feit dat zijn armen langer waren dan bij normale mensen.

1711 was een zwaar jaar voor de veehandel met verschillende ziektes. Zelf was Rob bedrogen door een klant en raakte hij een groot deel van zijn geld kwijt. Hierom leende hij aan het eind van het jaar 1.000 pond voor het kopen van vee van de graaf van Montrose, een landeigenaar die woonde in Mugdock Castle ten noorden van Glasgow. Maar een paar maanden hierna ging zijn hoofddrijver met het geld ervan door, nadat hij zelf het vee had doorverkocht. Rob Roy ging op zoek naar zijn geld en zijn drijver, maar toen hij na een vruchteloze zoektocht terugkeerde kreeg hij te horen dat hij failliet en vogelvrij verklaard was door de graaf van Montrose. Zijn land werd ingenomen en zijn familie uit hun huis gezet.

Rob Roy zocht wraak op de graaf door een uitgekiende campagne van veeroof en diefstal, onder andere het kidnappen van Montroses rentmeester die op dat moment 3.000 pond huurgeld bij zich droeg. Roys doelen werden op den duur steeds meer landeigenaren die weigerden hem in te huren om hun vee te beschermen. Ondertussen kreeg hij de machtige graaf van Argyll, een vijand van Montrose, als bondgenoot.

De graaf van Montrose wist Rob echter in Balquhidder gevangen te nemen, maar op de weg terug naar Stirling ontsnapte hij. Daarna zette de graaf van Atholl hem gevangen met een list toen hij hem veilige terugtocht aanbood. Rob werd gevangengezet in Dunkeld, maar kocht de gevangenisbewaarders om en ontsnapte opnieuw.

In de Jacobite-opstand van 1715 verzamelde Rob Roy de MacGregors in Aberdeenshire en loodste hij het Jacobite-leger van Perth naar Stirling in november. Dit resulteerde in de slag van Sherrifmuir, waarin een veel kleiner leger van de regering onder de graaf van Argyll de Jacobites verhinderde naar de Laaglanden te trekken. Rob Roys loyaliteit werd nu gesplitst tussen de Jacobites en de graaf van Argyll en het schijnt dat hij zelf daarom niet deelnam aan de slag bij Sherrifmuir, hoewel het gerucht gaat dat hij toch voor Argyll heeft gevochten. Er stond echter vanaf die dag een prijs op zijn hoofd voor verraad, bovenop de eerdere sommen van schurkenstreken. Er werd echter verkondigd dat degenen die zich overgaven, gespaard zouden worden, dus Rob gaf wat roestige wapens aan de graaf van Argyll en kreeg in ruil daarvoor een huis in Glen Shira.

Rond 1720 was Rob Roy al verscheidene malen ontsnapt uit de gevangenis en besloot hij terug te keren naar Balquhidder. Uiteindelijk werd hij in 1726 gevangen genomen en naar de Newgate gevangenis in Londen vervoerd. Hij werd berecht en veroordeeld tot verbanning naar Barbados, om daar als slaaf te werken. Vlak voordat deze straf echter werd uitgevoerd, kreeg Rob gratie van George de 1ste en kon hij een jaar later terugkeren naar zijn familie. Waarschijnlijk heeft de Highland Rogue (Hooglandersschelm), een fictioneel levensverhaal van Rob Roy geschreven door Daniel Defoe, uit 1723 hier een belangrijke invloed op gehad.

Rob Roy MacGregor stierf op 28 december 1734 in Balquhidder Glen en werd op nieuwjaarsdag begraven in het kerkhof van Balquhidder.

Zijn grafsteen en die van zijn vrouw zijn waarschijnlijk ouder dan de tijd waarin zij leefden en liggen naast de twee stenen van twee van hun zoons, Coll en Robert. Deze vier graven worden omgeven door een moderne omheining, waarop foutief aangegeven staat dat Rob 70 was toen hij stierf – hij was 63. Tegen deze omheining staat een steen uit 1981, waarop te lezen is: MacGregor despite them, ondanks hen een MacGregor.

Zie ook:

De Jacobites opstanden
Glencoe
Het Schotse clanstelsel
MacGregor's Gathering

Celtic Webmerchant:

                                       
Rob Roy MacGreagor standbeeld        Basket hilted broadsword € 65,40    Schotse targe € 83,05
€ 23,47
 

     
 

copyright © 2008 CelticBritain.net, Alle rechten voorbehouden.           Sitemap  Contact